Vragen en antwoorden over
Burgerwindpark A2 Lage Rooijen

Burgerwindpark A2 Lage Rooijen

Wie zijn de initiatiefnemers van het Burgerwindpark?

De initiatiefnemers van het project zijn de Coöperatie Bommelerwaar, actief in de Bommelerwaard, en Green Trust Consultancy, gevestigd te Oosterbeek. Een aantal jaren geleden is met 5 lokale grondeigenaren een overeenkomst getekend voor de realisatie van 3 windturbines op de locatie Lage Rooijen langs de A2.

Welke windturbines komen er te staan? En hoe hoog worden ze?

Voor het Burgerwindpark is nog geen specifieke keuze gemaakt voor het windturbinetype en de definitieve hoogte. Wel is er een bandbreedte bekend voor het Burgerwindpark. De beoogde windturbines krijgen een rotordiameter van minimaal 117 meter en maximaal 150 meter en een ashoogte van minimaal 120 meter en maximaal 150 meter en een totaal vermogen van ca. 9-14,7 MW. De maximale tiphoogte zal 220 meter zijn.

Locatie Burgerwindpark Lage Rooijen

Het Burgerwindpark komt direct ten oosten van de rijksweg A2 te liggen. De kern Hoenzadriel ligt op ca. 1,6 kilometer ten oosten van het geplande Burgerwindpark en de dorpen Hedel en Velddriel op ca. 2 kilometer.

De meest westelijke windturbine wordt gepland op meer dan 400 meter van de dichtstbijzijnde woning. Voor de middelste windturbine is dit meer dan 500 meter. De meest oostelijke windturbine is gesitueerd op meer dan 650 meter van de dichtstbijzijnde woning.  

Waarom worden de windturbines hier geplaatst?

Ruimtelijk

De locatiekeuze voor de windturbines is van cruciaal belang. Windturbines van een dergelijke omvang hebben ruimtelijk een behoorlijke impact. Om deze reden is aandachtig onderzocht op welke plaatsen de 3 windturbines geplaatst kunnen worden. Hierbij is gekeken naar voldoende (wettelijke) afstanden tot woningen, natuurgebieden en risicovolle installaties.

De locatie van Burgerwindpark A2 Lage Rooijen voldoet aan al deze eisen. Daarbij is ook gekozen voor een locatie die aan de rand van de gemeente ligt en zoveel mogelijk langs bestaande infrastructuren. Daarnaast is er voor de plaatsing ook gekeken naar voldoende onderlinge afstand en de positionering t.o.v. de hoofdwindrichting (om meer duurzame energie te genereren). De turbines hebben zoveel als mogelijk een vrije aanstroming van de wind uit zuidwestzuid. Dit is de overheersende windrichting in Nederland.

Beleidsmatig

Windenergielocatie Lage Rooijen draagt bij aan de nationale doelstelling om CO2 te besparen en duurzame energie op te wekken en draagt bij aan de concrete doelstelling van 6.000 MW op land in 2020.

De locatie past ook in het provinciaal beleid met een bijdrage aan de provinciale doelstelling van 230,5 MW voor windenergie en voldoet aan de plaatsingscriteria van de provincie.

Formeel valt het burgerwindpark met een opgesteld vermogen van meer dan 5 MW onder de verantwoordelijkheid van de provincie (bevoegd gezag). In overleg van de gemeente met de provincie is echter besloten het bevoegd gezag over te dragen aan de gemeente, omdat de gemeente graag de regie in de bestemmingsplanwijziging wil dragen.

Het plangebied ligt binnen het gebied dat in de provinciale omgevingsvisie is aangeduid als “Windturbines mogelijk”. In deze gebieden ziet de provincie op voorhand geen belemmeringen voor de ontwikkeling van windenergie. In overleg met gemeenten kunnen in deze gebieden windenergielocaties worden vastgesteld die kunnen worden toegevoegd aan de Omgevingsvisie.

Omdat de opbrengst meer dan 5 MW is, geeft de provincie voorkeur aan de ontwikkeling nabij bestaande infrastructuur (zoals snelwegen en industrieterreinen).

De gekozen locatie voldoet hieraan: ligt aan de rand van de gemeente direct nabij de snelweg, dijkring en in de buurt van het industrieterrein.

Is de beoogde locatie van Lage Rooijen geen natuurgebied?

Lage Rooijen is een groen, maar geen natuurgebied. Het gebied wordt door ecologen als volgt gekarakteriseerd: ‘Het plangebied en de omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door agrarisch gebied met boomgaarden, met o.a. appels en peren, maïsakkers en enkele graslanden’. Alleen de uiterwaarden, aan de andere kant van de dijk, hebben volgens het bestemmingsplan een gebiedsaanduiding Gelders Natuurnetwerk (GNN). Echter, ook nog steeds getypeerd als een gebied met enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’. Op geen enkele wijze wordt het GNN echter geraakt door dit windinitiatief.

De provincie heeft ook aangegeven dat Lage Rooijen de voorkeur geniet ten opzichte van een aantal andere locaties die langs de A2 liggen. Het ligt namelijk dichtbij de snelweg, de impact op natuur is daardoor minder groot en geen weidevogelgebieden. Dit blijkt ook uit de natuurtoets.

Waarom worden de windturbines van het Burgerwindpark zo groot?

Grote windturbines leveren veel meer duurzame energie dan kleine windturbines. Een windturbine van 200 meter hoogte bijvoorbeeld levert ongeveer twee keer zoveel duurzame energie op als een windturbine van 150 meter. Als we kiezen voor grotere molens hebben we dus minder windturbines nodig om dezelfde hoeveelheid elektriciteit op te wekken. In het geval van Burgerwindpark Lage Rooijen betekent het dat er geen 6 windturbines van 150 meter tiphoogte nodig zijn, maar 3 windturbines van 200 meter om dezelfde hoeveelheid duurzame energie te genereren. Dat is dus een belangrijke reden om voor zo groot mogelijke turbines te kiezen.
In de praktijk blijkt dat de omvang van de windturbines in de loop van de jaren steeds toeneemt, maar qua visuele impact wordt deze “natuurlijke” groei niet anders beleefd door de omgeving dan bij de windparken die in de jaren daarvoor zijn geplaatst. De beoogde turbines voor het Burgerwindpark A2 Lage Rooijen zijn “state of art” en wijken in grootte niet af van windturbines die momenteel op vergelijkbare locaties worden ontwikkeld.

Wat is de onderlinge afstand van de windturbines?

Windturbines moeten op een bepaalde minimale afstand van elkaar staan. Een vuistregel voor de onderlinge afstand is ca. 3 keer de diameter van de rotor als het Burgerwindpark uit de hoofdwindrichting (westzuidwest) staat gesitueerd en ca. 5 keer als het Burgerwindpark in de hoofdwindrichting staat gesitueerd. Een kleinere onderlinge afstand heeft tot gevolg dat de turbines niet optimaal profiteren van de wind. Ze vangen dan elkaar de wind af en wekken daardoor minder duurzame energie op. Dat komt omdat de windturbines bij sommige windrichtingen te veel in elkaars luwte staan.

Het Burgerwindpark staat in een lijnopstelling uit de hoofdwindrichting, waarbij de windturbines een onderlinge afstand van iets meer dan 410 meter hebben.

Hoeveel duurzame energie gaat het Burgerwindpark produceren?

Burgerwindpark A2 Lage Rooijen gaat afhankelijk van het type turbines, circa  30,5 miljoen kilowattuur (kWh) (30,5 gigawattuur) per jaar opleveren. Dit is genoeg windenergie om meer dan 9.000 huishoudens te voorzien van elektriciteit, oftewel zo’n 90% van het totaal aantal huishoudens binnen de gemeente Maasdriel. Daarnaast draagt het windpark voor circa 6,3% bij aan de provinciale doelstelling. De exacte hoeveelheid energie is afhankelijk van het windturbinetype (ashoogte/rotordiameter) en van de windsnelheidsverdeling op de locatie. Omdat de energieopbrengst recht evenredig is met 8* de gemiddelde windsnelheid op ashoogte is het heel belangrijk om te weten hoe hard het waait op de locatie. Daartoe is er een aantal keren langdurig gemeten op locatie met speciale windsnelheids meetapparatuur met lasertechnologie (LiDAR). 

Waar wordt het Burgerwindpark op aangesloten?

Onderstation Zaltbommel is het beoogde station van netbeheerder Liander waarop kan worden aangesloten. Deze heeft op dit moment nog voldoende capaciteit voor Burgerwindpark A2 Lage Rooijen. De turbines worden aangesloten op de 10 kV installatie van dit onderstation. De indicatieve tracélengte van onderstation Zaltbommel naar de locatie van het Burgerwindpark is ongeveer 9000 meter (hemelsbreed is de afstand ca. 6 kilometer). De doorlooptijd voor de aanleg van de bekabeling (met alle vergunningen) is ca. 1,5 jaar. Pas als opdracht aan Liander wordt verstrekt reserveert deze beschikbare capaciteit. Bij vergeven capaciteit en/of aansluitmogelijkheid kan de doorlooptijd fors toenemen.

Wanneer wordt het windpark gebouwd?

Als alles volgens planning verloopt, dan kan in 2022 worden gestart met de bouw.
Voor wat betreft goedkeuring door Maasdriel: Op 10 december 2020 zal de gemeenteraad een besluit nemen over vaststellen bestemmingsplan en het college over afgifte van de omgevingsvergunning.

Uiteraard is de data onder voorbehoud. De planning vind je via deze link (ook via de website te bereiken door te klikken op de knop ‘detailplanning’). 

Participatie en draagvlak

Op welke manier betrekken jullie omwonenden bij het project?

De initiatiefnemers hechten veel waarde aan een goede relatie met de omgeving. Om die reden wordt de procesparticipatie ingericht zoals men in dit gebied graag met elkaar omgaat: Open en transparant, voor en door de bewoners en met respect voor de natuur.

Coöperatie Bommelerwaar, heeft in afstemming met Green Trust, in augustus 2018, d.w.z. enkele maanden voorafgaand aan het indienen van het principeverzoek, eerst contact opgenomen met de directe omgeving om omwonenden over het project te informeren en hen te betrekken bij het initiatief. Omwonenden binnen een afstand van één kilometer van het Burgerwindpark (incl. Hoenzadriel) hebben allen een brief ontvangen over het Burgerwindpark. Hierop hebben een aantal gesprekken plaatsgevonden met enkele direct omwonenden die hier interesse in hadden. Omwonenden hebben contactgegevens van de initiatiefnemers als ze vragen hebben over het Burgerwindpark. De initiatiefnemers willen de omgeving goed op de hoogte houden over ontwikkelingen rondom het initiatief. Gedurende het proces zullen diverse bewonersbijeenkomsten worden georganiseerd waarbij voldoende gelegenheid zal zijn om omwonenden of andere belanghebbenden te informeren over alles wat met het Burgerwindpark /windenergie te maken heeft.

Om deze reden is ook een uitgebreid participatieplan uitgewerkt. Dit plan is ontwikkeld in een gemengde werkgroep van Green Trust en de Coöperatie en daarna gepresenteerd op de algemene ledenvergadering van de Coöperatie Bommelerwaar op 9 december 2019. Later is het aangescherpt tijdens een interactieve werkgroep met leden van Coöperatie Bommelerwaar op 18 december 2019. En in het eerste kwartaal van 2020 zijn de ontvangen opmerkingen van de gemeente verwerkt.

Samen met de omwonenden, gemeente, klankbordgroep en andere belanghebbenden, willen we verder invulling geven aan dit participatieplan. Het participatieplan kan worden gedownload vanaf de website van de coöperatie. 

Klankbordgroep

Vanzelfsprekend behoort een goede communicatie tot het proces en tot taak van de initiatiefnemers. Vanuit Coöperatie Bommelerwaar wordt de participatie vorm gegeven. Hierbij wordt gefocust op het betrekken van en de dialoog aangaan met belanghebbenden. Dit gebeurt in afstemming met partner Green Trust. De inrichting van de klankbordgroep is één van de manieren waarop we invulling geven aan de participatie.

Met de klankbordgroep willen we bereiken dat er meer acceptatie en draagvlak ontstaat voor het windpark. Zo hopen we beter inzicht te krijgen in wat er speelt in de omgeving ten aanzien van het Burgerwindpark en beter inzicht te krijgen in hoe de (financiële) opbrengsten de meeste waarde kunnen hebben voor de omgeving. De klankbordgroep heeft geen formele status, maar adviezen van de klankbordgroep die binnen de kaders van het plan passen, zullen we serieus in overweging nemen. Wanneer daar behoefte aan is zullen we de leden in de klankbordgroep graag meer inzicht geven in het waarom van bepaalde keuzen.

De klankbordgroep bestaat uit verschillende ‘stakeholders’ met diverse belangen ten aanzien van het Burgerwindpark, maar zal voornamelijk bestaan uit een aantal omwonenden die bij de lokale communicatie in/om Hoenzadriel een rol willen innemen. Doel is zorg te dragen dat alle bezwaren en ideeën tijdig gehoord en besproken kunnen worden. Daarnaast heeft deze klankbordgroep als doel om de deelnemers hierin te informeren (met o.a. uitgebreidere achtergrondinformatie en inzicht in te doorlopen procedures) en mee te laten denken over het (financiële) participatieproces.

Meer informatie over de klankbordgroep is te vinden via deze link

Wat is de rol van de Coƶperatie Bommelerwaar?

In 2017 is de Coöperatie Bommelerwaar op uitnodiging van Green Trust aangesloten bij het windinitiatief. De Coöperatie Bommelerwaar werkt sindsdien samen als mede-initiatiefnemer. In de ontwikkeling van het beoogde Burgerwindpark is de Coöperatie Bommelerwaar, aansluitend bij de ambitie van het Klimaatakkoord, voor 50% eigenaar van het Burgerwindpark. De ambitie is om een groter aandeel in het Burgerwindpark te verkrijgen, maar dit is ook afhankelijk van het aantal inwoners dat lid wordt van de Coöperatie Bommelerwaar en mede wil investeren in de realisatie.

Wat doen we voor de directe omgeving? (Burgerwindparkfonds)

Naast financieel voordeel voor individuele deelnemers en (financiële) compensatie voor direct omwonenden (binnen 1 km rondom het windpark), wordt er ook een jaarlijkse vergoeding ter beschikking gesteld op basis van de geproduceerde energie, via het op te richten Burgerwindparkfonds. Dit fonds zal worden opgericht door de initiatiefnemers en in principe worden bestuurd door een onafhankelijk bestuur. Uit dit fonds kunnen profijtregelingen en diverse specifieke projecten worden gefinancierd in het belang van het gebied rondom het Burgerwindpark. Specifieke projecten zijn bijvoorbeeld projecten in het kader van duurzaamheid, leefbaarheid of kleinschalige duurzame projecten ten gunste van de (lokale) bevolking en maatschappelijke doeleinden. De methodiek voor uitkeringen vanuit dit fonds zal samen met o.a. de klankbordgroep nader worden uitgewerkt.

Hoe hoog is de jaarlijkse vergoeding van Burgerwindparkfonds Lage Rooijen?

De initiatiefnemers volgen de richtlijnen zoals opgesteld door de Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA). NWEA is de branchevereniging van bedrijven en organisaties die werken aan windenergie. NWEA verbindt de windsector in Nederland, en versnelt de omslag naar een hernieuwbare energievoorziening door overheden en bedrijven te bewegen meer werk te maken van windenergie. Met als doel draagvlak voor windenergie te behouden en te versterken, heeft de NWEA in september 2014 een ‘Gedragscode draagvlak en participatie windenergie op land’ ondertekend met de Stichting Natuur en Milieufederaties, de Stichting Natuur en Milieu en Greenpeace Nederland. Volgens deze - in het kader van het Energieakkoord opgestelde - gedragscode wordt een compensatie van € 0,50 per Megawattuur (MWh) per jaar voorgesteld. (NB. 1 MWh is 1000 kWh.)

Burgerwindpark A2 Lage Rooijen is voornemens om voor de in dit kader genoemde compensatie uit te gaan van een vergoeding van € 0,75 per MWh. Daaraan wordt wel de uitdrukkelijke voorwaarde verbonden dat de uiteindelijke business case de ruimte biedt om dit te realiseren. Op basis van de tot op heden beschikbare feiten en omstandigheden is dit een realistische veronderstelling. Belangrijke variabelen in dit verband zijn het uiteindelijke type windturbine dat gebouwd kan worden en de hoogte van de voor het project geldende SDE-subsidie. Concreet betekent dit dat er voor de duur van het project een bedrag beschikbaar komt voor het Burgerwindpark fonds dat ligt in de orde van grootte van circa € 23.000,- per jaar. Over een looptijd van 30 jaar komt dit uit op een totaalbedrag van circa € 690.000,-.

Kunnen burgers ook participeren en/of stroom afnemen van de windturbines?

Ja, daar is het allemaal om te doen! Deelnemers kunnen stroom afnemen als lid van Coöperatie Bommelerwaar. Bommelerwaar heeft daartoe reeds op 27 juni 2018 het concept en product “Bommelerwaar-Stroom” gelanceerd. Op dezelfde dag werd het eerste collectieve energieproject met 375 zonnepanelen op de gemeentewerf in Gameren geopend waarmee ca. 30 lokale huishoudens (leden van de Coöperatie Bommelerwaar) van duurzame stroom worden voorzien middels Bommelerwaar-Stroom. De feitelijke levering vindt op dit moment plaats door Huismerk Energie BV dat daartoe de benodigde vergunningen heeft. Bommelerwaar-Stroom werkt heel simpel, met investeren via je energierekening. Daartoe wordt gebruik gemaakt van de postcoderoos-regeling. Hiermee ontvang je als deelnemer in een bepaald postcodegebied een energiebelasting-teruggave op je rekening. Deze belastingteruggave int de coöperatie om zo de duurzame investeringen af te lossen én gezamenlijk kapitaal op te bouwen. Een deel van de energiebelasting-teruggave wordt jaarlijks echter op een Ledenkapitaalrekening bijgeboekt en wordt steeds met vijf jaar vertraging in contanten uitgekeerd. Zodra daartoe de ruimte ontstaat, profiteren deelnemers bovendien van een jaarlijkse winstuitkering. Nadere informatie over Bommelerwaar-Stroom is te vinden op de website Bommelerwaar-Stroom, waar belangstellenden zich ook kunnen aanmelden voor deelname. Omdat het niet gegarandeerd is dat de postcoderoosregeling nog bestaat als het Burgerwindpark wordt gebouwd, wordt er ook gekeken naar andere financiële participatie mogelijkheden.

 

 

Hebben burgers wel genoeg geld om hun eigen energie-opwek te kunnen financieren?

Jaarlijks betalen we als bewoners van de gemeente Maasdriel € 17,2 miljoen aan stroom (Klimaatmonitor, 2017). Daarvan is ongeveer de helft energiebelasting. Onder de Postcoderoos-regeling krijgen we die gedurende 15 jaar lang terug. De eenmalige investering in dit park bedraagt zo’n € 12 miljoen. Wanneer toepassing van de Postcoderoos-regeling niet mogelijk of wenselijk blijkt, zullen we opteren voor de SDE+-regeling. Die voorziet in een minimumprijs. De marge die we dan realiseren zal naar verwachting hoog genoeg zijn om de leningen van het project te kunnen aflossen.

Kunnen bedrijven uit de omgeving ook profiteren van het windpark?

De coöperatie en Green Trust hebben afgesproken dat waar mogelijk (financieel en kwalitatief) lokale ondernemers de kans wordt geboden werken uit te voeren, ten behoeve van de bouw van het windpark. Ook zal worden bevorderd dat bedrijven op andere manieren kunnen bijdragen, bij het verschaffen van logies, catering e.d., maar ook als mede-investeerder. Dit laatste zal nog verder worden uitgewerkt.

Geluid, slagschaduw, natuur en veiligheid

Maakt een windturbine veel lawaai?

Wanneer een windturbine draait, wordt naast elektriciteit ook geluid geproduceerd. Dit geluid komt vooral van de rotorbladen die snel door de lucht bewegen. Dit wordt meestal omschreven als een suizend of zoevend geluid. Bij toenemende wind draait de rotor sneller en is er meer geluid. Als het rotorblad de mast passeert, verandert even de klankkleur. Het geluid van de generator bovenin de windturbine is ondergeschikt. Voor het specifieke geluid van windturbines gelden wettelijke normen (47 Lden (dB) en 41 Lnight (dB)).

Daarbij wordt het geluidniveau in de avond (19.00 – 23.00 uur) met 5 dB(A) zwaarder gewogen en in de nacht (23.00 – 07.00 uur) met 10 dB(A). Om slaapverstoring te voorkomen mag in de nacht gemiddeld niet meer dan 41 dB(A) worden veroorzaakt op de gevel van woningen.

Het gaat hierbij in alle gevallen om de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op de gevel van woningen (niet wat je binnen woning hoort). Er wordt op toegezien dat deze norm niet wordt overschreden.

Dat het geluidsniveau van een windpark binnen de grenswaarde blijft, wil echter niet zeggen dat omwonenden er geen last van kunnen hebben. Wat het voor een individuele bewoner betekent, kan namelijk sterk verschillen: de meesten zullen weinig tot geen hinder ervaren, maar anderen kunnen er om meerdere redenen wel last van hebben.

Zijn er wettelijke minimale afstanden voor windturbines m.b.t. geluid?

Nee, voor windturbines gelden er geen wettelijke minimale afstanden op basis van geluid, maar dus wel de hiervoor genoemde geluidsnormen. Op basis van praktijkervaring wordt een afstand van 400 meter als een veilige afstand gezien. Maar afhankelijk van de situatie kunnen er ook windturbines op ca. 300 meter van woningen geplaatst worden. Als er sprake is van een zogenoemde molenaarswoning (‘woning die behoort tot de inrichting van het Burgerwindpark’) kunnen windturbines dichterbij worden geplaatst, maar er moet wel sprake zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. In de (verplichte) onderzoeken worden de exacte geluidscontouren bepaald.

Windturbines vallen onder het Activiteitenbesluit. Volgens dit besluit is de maximaal toegestane waarde ter plaatse van geluidsgevoelige objecten 47 dB Lden en 41 dB Lnight. De Lden (dit staat voor: Level day-evening-night) is een maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de geluidsbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag.

Er is veel onderzoek gedaan naar windturbinegeluid en de effecten van blootstelling aan dit geluid. Op basis van deze onderzoeken zijn relaties bepaald tussen de hinderbeleving en de blootstelling aan geluidniveaus. Dit zijn dosis-effectrelaties waarbij met de mate van blootstelling een bepaalde mate van effect gepaard gaat. Deze relaties vormen de basis voor de geluidwetgeving in Nederland.

Een windturbine moet volgens de wet gecertificeerd zijn. Onderdeel van deze certificering is de bronsterktebepaling, ofwel de hoeveelheid geluid die de windturbine produceert bij verschillende windsnelheden.

Hoe zit het met laagfrequent geluid?

In de norm van Lden 47 dB is ook rekening gehouden met het optreden van laagfrequent geluid, dat altijd een onderdeel van het geluidsspectrum van windturbinegeluid is. Het is buiten overal aanwezig, maar is voor de meeste mensen niet te horen. Op dit moment zijn er geen aanwijzingen gevonden die aantonen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt in de beleving en gezondheid van omwonenden.

Hoe zit het met geluidsoverlast van Burgerwindpark Lage Rooijen?

Het geluidniveau dat optreedt vanwege het windpark, is berekend voor de gevels van alle gevoelige bestemmingen en geluidgevoelige terreinen in de omgeving. Voor het Burgerwindpark A2 Lage Rooijen zijn dit een 18-tal woningen op een afstand tussen de 525 tot 1950 meter tot aan de middelste windturbine. Voor elke woning is het jaargemiddelde geluidniveau berekend welke veroorzaakt wordt door het windpark en van de cumulatieve geluidsbelasting, dus inclusief weg- en railverkeer en de scheepvaart.  

Om op alle locaties te kunnen voldoen aan de geluidsnorm zijn lichte aanpassingen aan de turbines voorzien. Deze betreffen het aanpassen van een instelling van de bladen tijdens bedrijf. Hierdoor draaien de bladen ten opzichte van de wind, waardoor het bronvermogen (en daardoor de geluidsbelasting) wordt verminderd. Daarmee wordt bij alle woningen voldaan aan de norm Lden=47 dB en Lnight=41 dB, zoals wettelijk voorgeschreven.

Geluidsniveau ten opzichte van de snelweg A2?

Het overig omgevingsgeluid is meegenomen in de analyse. Ook bij cumulatie blijft de norm het uitgangspunt. Deze houdt in dat de gemiddelde geluidsbelasting bij een woning niet meer dan 47 decibel mag bedragen. En 's nachts mag dit niet meer dan gemiddeld 41 decibel zijn.

Uit geluidsonderzoek blijkt dat op de meeste referentietoetspunten de cumulatieve geluidsbelasting gelijk blijft of minimaal toeneemt. Op acht referentie-toetspunten neemt de cumulatieve geluidbelasting toe met maximaal 3 à 4 dB. Op basis van de classificering van de kwaliteit van de akoestische omgeving volgens de methode Miedema betekent dat voor sommige referentietoetspunten hoogstens een verschuiving van één klasse. De geluidsbelasting blijft echter binnen de vastgestelde norm.

Hoe zit het met slagschaduw?

Slagschaduw kan hinder veroorzaken. Er zijn regels vastgelegd om onacceptabele hinder tegen te gaan. In de Activiteitenregeling is opgenomen dat een windturbine moet zijn voorzien van een automatische stilstandsvoorziening indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten (lees: woning) voor zover de afstand tot de windturbine minder dan 12 x de rotordiameter bedraagt en de schaduw gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten kan optreden.

Voor Burgerwindpark A2 Lage Rooijen wordt uitgegaan van de strengste interpretatie van de wet: er mag niet meer dan 17 x 20 minuten slagschaduw (5:40 uur) per jaar slagschaduw optreden op de gevel van een woning. Voor dit Burgerwindpark  geldt dat de contour van de maximale maten over enkele woningen valt. De windturbines worden daarom voorzien van een stilstandsvoorziening. Deze zorgt ervoor dat bij overlast ten gevolge van schaduw de windturbine wordt uitgeschakeld. De voorziening wordt per schaduwgevoelige woning vooraf ingeregeld, aangezien het gaat om specifieke momenten die van tevoren bepaald kunnen worden afhankelijk van de zonnestand. Daar­naast wordt gemeten of er daadwerkelijk voldoende zon (en dus slagschaduw) is op die momenten. Bij alle woningen zal dus voldaan worden aan de norm van maximaal 5:40 uur slagschaduw op de gevel.

Windmolens en vogels, gaat dat wel samen?

Van elke 10.000 vogels die sterven door menselijk handelen sterft er één door windenergie. Gif, verkeer, huisdieren, jacht en de ramen van woningen kosten veel meer slachtoffers. Windturbines zijn verantwoordelijk voor minder dan 1% van alle vogelslachtoffers. Uit een Canadese studie blijkt dat katten, botsingen met ramen in gebouwen en hoogspanningskabels meer dan 95% van alle vogelslachtoffers veroorzaken.

N.B. Ondanks het feit dat we steeds meer windturbines in Nederland krijgen, komen windturbines niet voor in de top 10 oorzaken van vogelsterfte.

Wat zijn de effecten op natuur?

Om de effecten op te natuur te kunnen bepalen is getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb), waarin de gebiedsbescherming van nationaal begrensde natuurgebieden en de bescherming van flora en faunasoorten is gebundeld. In de wet zijn ook de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (Natura 2000) verwerkt. 

Beschermde gebieden 

Door het gespecialiseerd ecologisch onderzoeksbureau Waardenburg is onderzoek gedaan naar de te verwachten effecten op beschermde gebieden. Het plangebied grenst niet direct aan Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is de Kil van Hurwenen (als onderdeel van de Rijntakken) dat ten noorden van het gebied ligt (naast Zaltbommel). De afstand van het plangebied tot het natuurgebied bedraagt circa 6 km. Andere Natura 2000-gebieden zoals Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek liggen op grotere afstand (ca. 7 kilometer afstand).  

Ten zuiden van het plangebied van Burgerwindpark A2 Lage Rooijen ligt een onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk Nederland (in de uiterwaarden). Het Burgerwindpark bevindt zich echter buiten het GNN en er is geen sprake van ruimtebeslag binnen het GNNN.  

Beschermde soorten 

Door het gespecialiseerd ecologisch onderzoeksbureau Waardenburg is ook onderzoek gedaan naar de te verwachten effecten op voorkomende soorten. Zoals bij elk windpark zijn met name vogel- en vleermuisslachtoffers niet uit te sluiten. Uit het onderzoek blijkt samenvattend dat er voor geen enkele kwalificerende soort (broedvogels, niet-broedvogels, vleermuizen) sprake van een significant negatief effect op het instandhoudingsdoelen van Natura 2000. Ook is er voor geen enkele soort sprake van een aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Er wordt in het kader van de soortenbescherming een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd, maar er is geen conflict met de Wet natuurbescherming

Hoe wordt de veiligheid van de windturbines gewaarborgd?

Elke windturbine moet in Nederland gecertificeerd zijn. Deze certificering is een waarborg dat de windturbines uitgebreid gecontroleerd zijn op tal van risico’s. Veiligheid speelt een belangrijke rol in de gehele ontwikkeling, bouw en beheer van een windturbine. Bij de locatiekeuze voor Burgerwindpark A2 Lage Rooijen is gezorgd dat er voldoende afstand wordt gehouden tot de snelweg, risicovolle installaties, hoogspanningsleidingen en de dijk/waterkering. Dit in verband met het zeer geringe risico dat een rotorblad kan afbreken.

Hoe wordt er rekening gehouden met ijsvorming?

Bij de exploitatie van het Burgerwindpark wordt o.a. goed rekening gehouden met kans op ijsvorming op de rotorbladen. Zolang de wieken draaien kan er geen ijsvorming optreden. Wanneer er bij stilstand ijs geconstateerd wordt, zullen de rotorbladen evenwijdig aan de snelweg worden gedraaid, zodat mogelijk vallend sneeuw of ijs verwijderd blijft van deze weg. Voordat de wieken weer gaan draaien wordt gezorgd dat ze ijsvrij zijn (door ze te verwarmen).

Wordt er rekening gehouden met overlast voor omwonenden?

Overlast voor omwonenden kan bestaan uit aantasting van het uitzicht, geluidhinder, slagschaduw en lichtschittering van de wieken. Voor Burgerwindpark A2 Lage Rooijen worden deze effecten in beeld gebracht. Uit onderzoeken zal duidelijk worden gemaakt dat de overlast binnen de wettelijke grenzen blijft.

Wat het uitzicht betreft: natuurlijk ziet u de windturbines op afstand staan. De locatie van het Burgerwindpark staat echter op de rand van de gemeente op relatief grote afstand van woonkernen en nabij bestaande infrastructuur (brug en snelweg). De discussie mooi of niet blijft er altijd, maar windmolens zullen de komende decennia steeds meer onderdeel zijn van ons landschap.

Openhouden van doorgangswegen tijdens de bouw?

We zullen de omgeving tijdig informeren over mogelijke afsluiting van toevoerwegen en trachten de impact/overlast tijdens de bouw voor de lokale omgeving zoveel als mogelijk te beperken. Naar verwachting zal een eventuele afsluiting voornamelijk plaatsvinden tijdens groot transport. Voor de bouw zelf worden de publieke wegen niet of nauwelijks gebruikt.

Windenergie algemeen

Hoe lang gaan de windturbines mee?

Windturbines hebben een gemiddelde levensduur van zo’n 25 tot 30 jaar. Wellicht zijn er over 25 jaar andere vormen van duurzame energie beschikbaar. In dat geval kunnen de windturbines weggehaald worden zonder schade aan het landschap achter te laten.

Wat gebeurt er met windturbines aan het einde van hun levensduur?

Windturbines zijn afgeschreven na een jaar of 15, hun levensduur is zo’n 25-30 jaar. Daarna worden ze afgebroken. Dit kan meestal kostenneutraal, omdat veel onderdelen hergebruikt kunnen worden. Wanneer de windturbines van Burgerwindpark A2 Lage Rooijen al meer dan 25 jaar draaien, zal worden bekeken of ze nog iets langer kunnen blijven staan. Ook zullen we onderzoeken of er na afbraak behoefte is aan nieuwe windmolens op deze locatie.

Hoeveel energie moet een turbine leveren om zichzelf terug te verdienen?

De energie die nodig is voor de hele levenscyclus (bouwen, plaatsen, onderhoud, afbreken) van een moderne windmolen wordt in drie tot zes maanden ‘terugverdiend’, de uitstoot van CO2 in ongeveer zes maanden. Daarna produceert de windmolen nog 25-30 jaar schone stroom. Dit is afhankelijk van het type turbine.

Staan windturbines vaak stil?

Windturbines staan maar soms stil, bijvoorbeeld als het niet waait (of te hard waait: storm), bij (periodiek) onderhoud of als er sprake is voor een stilstandsvoorziening (vleermuizen of slagschaduw). Maar Nederland is een echt windland: de windturbines leveren meer dan 80% van de tijd schone stroom.

Hoe betrouwbaar is windenergie?

Wind is niet regelbaar maar wel heel goed voorspelbaar. Bij normale omstandigheden is tot 10 procent nauwkeurig te berekenen hoeveel energie windmolens een dag later zullen produceren. Op de momenten dat het niet waait, zijn er ook nog andere (duurzame) bronnen die ons stroomnetwerk voeden. Zo ben je altijd verzekerd van elektriciteit, zelfs als het even wat minder waait.

Moderne windmolens beginnen te draaien bij een windkracht 2-3 en leveren vanaf windkracht 6 het volle vermogen. Alleen als het heel hard waait (windkracht 10) wordt de windmolen uitgeschakeld. De technische beschikbaarheid van windmolens is hoger dan 95 procent. Slechts een klein deel van het jaar kan een windmolen niet draaien, vanwege onderhoud of storing.

Waarom is windenergie belangrijk?

De beschikbaarheid van elektriciteit is een noodzakelijke voorwaarde voor het functioneren van de Nederlandse samenleving in al zijn facetten. De noodzaak om in deze behoefte te voorzien door middel van grootschalige winning van windenergie wordt ingegeven door meerdere factoren. In de eerste plaats blijft het mondiale gebruik van fossiele energie stijgen. Samen met het feit dat de voorraad fossiele brandstof toch echt eindig is, heeft dit tot gevolg dat de beschikbaarheid, betrouwbaarheid én betaalbaarheid van het energie-aanbod onder druk staat, ook omdat Nederland voor de energievoorziening niet (teveel) afhankelijk wil zijn van andere landen.

Daarnaast verandert het mondiale klimaat als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen. Als de huidige trend doorzet, is de CO2 concentratie die nodig is om het mondiale klimaat meer dan 2 graden Celsius te laten stijgen in 2050 bereikt. Deze stijging wordt beschouwd als de drempelwaarde waarboven het aanpassingsvermogen van natuurlijke ecosystemen wordt overschreden. Met het oog op het klimaat en de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen is een overgang naar een duurzame energiehuishouding nodig.

Onder meer om deze redenen heeft het Rijk in Europees verband de doelstelling afgesproken dat in 2020 14% energieconsumptie uit duurzame bronnen komt. Om dit doel te bereiken zijn forse beleidsinspanningen en investeringen nodig op alle vormen van duurzame energie. Windenergie op land is de komende jaren één van de meest kosteneffectieve wijzen om hernieuwbare energie te produceren. De bijdrage van windenergie op land aan de doelstelling van 14% duurzame energie in 2020 bedraagt 6.000 MW opgesteld vermogen in 2020. Deze doelstelling is vastgelegd in de rijks structuurvisie Wind op Land.

Waarom staan turbines in het binnenland, waait het daar niet te weinig?

Wind op land is op dit moment de goedkoopste vorm van duurzame energie. Op langere termijn biedt windenergie op zee veel kansen: er is veel ruimte en het waait er hard. Bouw en exploitatie van molens op zee is nu echter nog twee tot drie keer zo duur als op land. Naar verwachting zal door ervaring met het huidige Burgerwindpark en op zee en technische ontwikkelingen de prijs in de toekomst zakken. Tot dat moment is windenergie op land nodig om de duurzame energiedoelstellingen te halen. Het waait het hardst dichtbij de kust, maar er is niet genoeg ruimte om daar alle windmolens te plaatsen. Daarom is in een bestuursakkoord tussen Rijk en provincies afgesproken dat álle provincies een windopgave krijgen. Wanneer de windmolens hoog genoeg zijn en goed ontworpen, en een iets hogere SDE+-bijdrage krijgen, is windenergie ook in het binnenland rendabel.

Waarom plaatsen we niet alle windturbines op zee?

Wind op land is op dit moment de goedkoopste vorm van duurzame energie. Op langere termijn biedt windenergie op zee veel kansen: er is veel ruimte en het waait er hard. Bouw en exploitatie van turbines op zee is nu echter nog twee tot drie keer zo duur als op land. Naar verwachting zal door ervaring met het huidige Burgerwindpark en op zee en technische ontwikkelingen de prijs in de toekomst zakken. Tot dat moment is windenergie op land nodig om de duurzame energiedoelstellingen te halen.

Om voldoende duurzame energie te produceren in de toekomst hebben we zowel windmolens op land als op zee nodig. Het is dus niet of-of, maar en-en. Windenergie op zee is nog aanzienlijk duurder dan windenergie op land. In het Energieakkoord is afgesproken dat dat er in 2020 6000 MW-wind op land en 4500 MW-wind op zee gerealiseerd moet zijn.

Klopt het dat grote energiecentrales op een onrendabele manier als back-up klaar staan voor windstilte?

Nee, dat klopt niet. Windenergie vormt nog maar een klein deel van de totale energieopwekking in Nederland. De inzet van diverse elektriciteitsbronnen (kolencentrales, zon, wind) wordt veel meer beïnvloed door het constant fluctuerend gebruik van stroom (de vraag naar stroom) dan door de onvoorspelbaarheid van wind (de stroomlevering). Er staat nu in Nederland bijna twee keer zoveel capaciteit aan energiecentrales dan we nodig hebben op een piekmoment! Als wind en zon in de toekomst een veel groter percentage van de Nederlandse energie gaan opwekken, kan dit probleem wel ontstaan, maar hiervoor zijn talloze oplossingen voorradig of in ontwikkeling. Een van de mogelijke oplossingen is het combineren van wind met zon en het creëren van opslagcapaciteit, bv. door middel van omzetting naar warmte, naar H2 of in accu’s.

Hoe verhoudt de elektriciteitsopbrengst van windturbines zich ten opzichte van zonnepanelen? Waarom niet alleen zonnepanelen?

Een windmolen van 3 MW levert per jaar 6.000.000 tot wel ruim tien miljoen kWh aan elektriciteit op (afhankelijk of het om een landinwaartse of kustlocatie gaat). Met één zo’n turbine kan dus voor gemiddeld 2.000 huishoudens elektriciteit worden opgewekt.

Wil je voor 2.000 huishoudens (1 windturbine) elektriciteit opwekken met zonne-energie dan heb je een (dak)oppervlak nodig van 50.000m2. Dit komt overeen met het oppervlak van 8 voetbalvelden (of 50 varkensstallen).

Op een gunstige locatie, een goed georiënteerd zonnepark, kan 1 MW opgesteld vermogen aan zonne-energie 800.000 kWh per jaar opwekken. 1 MW-windenergie wekt 2 tot 3 maal meer elektriciteit op. De afgelopen jaren is zonne-energie veel goedkoper geworden. Zonne-energie is echter nog wel duurder dan windenergie. Gemiddeld is de onrendabele top bij zon op dit moment 2 keer zo groot als bij wind.

Om genoeg schone stroom te produceren, hebben we naast wind, ook zon, water, aardwarmte en biomassa hard nodig. Windenergie is op dit moment de schoonste en goedkoopste optie voor duurzame energie. Zonne-energie is sterk in opkomst, maar momenteel nog duurder dan windenergie. En één windmolen levert net zoveel stroom als 12 voetbalvelden met zonnepanelen.

De piek van het elektriciteitsgebruik op het gehele Europese continent ligt in de winter, wanneer zon het minst oplevert. Grootschalige toepassing van zonne-energie (met seizoensopslag) vereist een kostbare infrastructuur. In de toekomst zou dit binnen bereik kunnen komen, maar nu is het nog geen alternatief voor wind.

Zal de waarde van woningen in de omgeving dalen?

Diverse studies laten verschillende resultaten zien. Soms is sprake van een lagere verkoopwaarde van woningen nabij een Burgerwindpark en, soms is er nauwelijks effect, of alleen een tijdelijke waardedaling zolang er protest tegen het windpark is.

Hoe wordt de SDE+ ingezet om dit project te financieren? Windenergie draait toch alleen op subsidie?

Samenvattend: De Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) compenseert het verschil tussen de kosten van duurzame energie en de marktprijs van energie. Door deze SDE-subsidie is windenergie voor de consument niet duurder dan grijze stroom. Deze subsidie is nodig omdat er nog steeds kolencentrales actief zijn in Nederland, die niet betalen voor de grote schade van hun uitstoot van broeikasgassen en stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid.

Uitgebreid: Met de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) wordt de onrendabele top van duurzame energieopwekking gesubsidieerd. De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE++, sinds 2020) wordt uitgevoerd door het ministerie van Economische Zaken.

Voor Burgerwindpark A2 Lage Rooijen willen wij de SDE++ subsidie in 2021 aanvragen. Als de subsidie wordt toegekend dan wordt voor een periode van 15 jaar jaarlijks een bedrag verstrekt om het verschil in productieprijs bij te leggen tussen onze windstroom en ‘grijze stroom’.

De kostprijs van windenergie op land is ongeveer 6-7 eurocent per kWh. De marktprijs (zonder belastingen) voor elektriciteit ligt rond de 5 cent per kWh. De Rijksoverheid stimuleert bedrijven via de subsidieregeling SDE+ om te investeren in windenergie. Dit doen ze door het verschil tussen de duurzame elektriciteitsprijs en de marktprijs te compenseren. Bij hoge elektriciteitsprijzen kan dit ook leiden tot 0 euro subsidie omdat de elektriciteit zelf "duur genoeg" is, dus genoeg opbrengt voor het project en er dat jaar geen subsidie nodig is. Producenten van windstroom ontvangen de subsidie per kWh elektriciteit die is geproduceerd gedurende een van tevoren vastgestelde periode, bijvoorbeeld 15 jaar.

Zijn fossiele brandstoffen goedkoper dan windenergie?

Samenvattend: Grote, moderne windmolens op een windrijke plek kunnen qua prijs nu al concurreren met ouderwetse, grijze centrales. Eenmaal gebouwd, zijn de molens veel goedkoper dan een gas- of kolencentrale, omdat er geen brandstof nodig is. Verder worden in economische berekeningen telkens de milieukosten en de kosten die klimaatverandering met zich meebrengt, vergeten. Als deze kosten worden meegenomen, dan is windenergie de goedkoopste energiebron.

Uitgebreid: Windenergie is de goedkoopste bron van duurzame elektriciteit. Stroom uit kolen en gas is nog 3 à 4 ct per kWh goedkoper. Maar dat komt omdat er niet wordt betaald voor het opruimen van de vervuiling die fossiele brandstoffen veroorzaken. Denk aan luchtverontreiniging, afval, klimaatverandering etc. Volgens een grote Europese studie zou de prijs van kolenstroom met 3 à 4 ct per kWh stijgen, als je deze verborgen kosten meerekent. Als we alle kosten dus eerlijk berekenen is windenergie concurrerend met fossiele brandstoffen.

De totale productie van grijze stroom (met steenkool, gas e.a.) is nog steeds goedkoper doordat een deel van de kosten (landschappen op de schop, aardschokken, milieuvervuiling, klimaatverandering etc.) niet in de prijs zijn opgenomen, maar worden afgewenteld naar andere maatschappelijke domeinen en op toekomstige generaties.

In plaats van alleen te kijken naar of ergens wel of geen subsidieregeling voor is, vinden wij dat er gekeken moet worden naar de totale maatschappelijke kosten per energieproductiewijze zijn. Want de grondstofwinning en uitstoot van fossiele vormen van energieproductie brengen kosten met zich mee voor de maatschappij, bijvoorbeeld in gezondheidszorg of milieuschade.

Het belangrijkste concrete verschil is dus: De bijdrage aan de productie van een kolencentrale of gascentrale is minder zichtbaar dan je bijdrage aan de subsidie op windmolens, maar nog steeds gewoon aanwezig. Het venijn zit ‘m in de kosten die je niet ziet, maar er wel zijn.

Gesteld kan worden dat wind op land al de goedkoopste energiebron is, als alle verborgen subsidies voor fossiele brandstoffen zouden worden weggenomen.

Waaruit bestaande investeringskosten voor windenergieprojecten?

De investeringskosten bestaan in ieder geval uit kosten voor:

  • Turbines en funderingen (ca. 70% van de totale kosten)
  • Elektrische infrastructuur en netaansluiting
  • Civiele werken (bouwvoorbereiding en ontsluiting)
  • Ontwikkelingskosten (onderzoeken en adviezen)
  • Leges en vergunningen

Daarnaast kunnen kosten gemaakt worden voor:

  • Eventuele voorkomende planschade-uitkering of compensatie-uitkering
  • Burgerwindparknfonds en stimuleren van participatie
  • Opruimen bestaande turbines (saneren)

De kosten verschillen per locatie. Bijvoorbeeld door de afstand tot de netaansluiting. Door de toegankelijkheid van het terrein. Door de complexiteit van de voorafgaande onderzoeken. En ook door de verschillen in kosten voor bouwleges, die per gemeente zijn vastgesteld.

Hoeveel windturbines staan er in Nederland?

Eind 2018 stonden er in Nederland 2029 windturbines opgesteld met een totale capaciteit van 3436 MW, waarmee 6,6 TWh groene stroom werd opgewekt, genoeg voor de elektriciteitsbehoefte van bijna 2 miljoen huishoudens in Nederland. In 2050, waar we streven naar een volledig CO2 vrije energieopwekking, wordt verwacht dat zo’n 4.250 windturbines op land en zo’n 9.500 windturbines op zee in bedrijf zullen zijn.

Hoe werkt een windturbine?

Windturbines zetten de bewegingsenergie van wind om in elektriciteit. Een windturbine bestaat uit:

  • Rotor(bladen)
  • Gondel (versnellingsbak, naaf, generator en krui-installatie)
  • Mast, met daarin kabels

In de gondel zitten de elementaire onderdelen van een windmolen: De aandrijfas en de generator. De generator van de windturbine is het onderdeel waar de windenergie omgezet wordt in elektriciteit. In de generator wordt dus de mechanische energie, omgezet in elektrische energie en werkt als een soort grote dynamo. Door de beweging van de as in een magnetisch veld worden stroomspanningen opgewekt. De stroom gaat door de hoogspanningskabels in de mast naar de transformator, die de stroom op het juiste spanningsniveau brengt en op het elektriciteitsnetwerk zet. De transformator bevindt zich in de gondel of op de grond naast de windmolen.

De wieken die rotorbladen worden genoemd zijn altijd naar de wind toe gericht. Moderne windmolens kunnen de stand van de rotorbladen veranderen, zodat ze altijd in optimale positie kunnen staan. De rotorbladen zijn gemaakt van epoxyhars en glasfiber en hebben de vorm van vliegtuigvleugels, ze worden door liftkracht die de wind veroorzaakt aangedreven.

De ashoogte en de rotordiameter bepalen de werkelijke opbrengst. Hoe hoger de mast, hoe meer wind de rotorbladen vangen, dus hoe hoger de stroomopbrengst. Hoeveel stroom een windturbine uiteindelijk produceert, is ook afhankelijk van het windaanbod op een locatie en of er bomen of bebouwing in de buurt zijn. Windturbines kunnen al bij windkracht 2-3 de wind omzetten in energie, maar het beste is windkracht 6 (ca. 10-11 m/s).

Planologische procedures en beleid

Wie is bevoegd gezag voor windparken?

Voor windparken met een opgesteld vermogen tot 5 MW is de gemeente bevoegd gezag.

Op basis van de Elektriciteitswet 1998 is de provincie verplicht om medewerking te verlenen aan een initiatief voor een windpark tussen de 5 en 100 Megawatt, indien de betrokken gemeente geen medewerking wenst te verlenen aan het wijzigen van het planologisch regime. Een dergelijke verplichting bestaat niet op het moment dat de provincie voldoet aan de minimumrealisatienorm danwel sprake is van strijd met de eisen van een goede ruimtelijke ordening.

Windparken met een capaciteit die groter is dan 100 MW vallen onder het Rijk, dat daarvoor de Rijkscoördinatieregeling (RCR) gebruikt.

Voor het Burgerwindpark A2 Lage Rooijen (> 5MW) is het bevoegd gezag door de Provincie Gelderland overgedragen aan de gemeente Maasdriel.

Wat is het provinciaal beleid voor windparken?

In 2020 wil de provincie als tussendoelstelling minimaal 14% hernieuwbare energie opwekken, waarvan 50% 'decentraal' (lokaal opwekken en verbruiken). Hierin heeft windenergie een belangrijk aandeel. Op Rijksniveau zijn per provincie afspraken gemaakt over de doelstelling voor de hoeveelheid gerealiseerde windenergie in 2020. Voor de provincie Gelderland is afgesproken dat 230,5 megawatt (MW) aan windenergie (opgesteld vermogen) is gerealiseerd in 2020. De taak van de provincie is het aanwijzen van voldoende ruimte voor deze hoeveelheid windenergie. De daadwerkelijke realisatie van windturbineparken is geen taak van provincie.

Wat is het gemeentelijk beleid voor windparken?

Volgens het in 2017 vastgestelde Duurzaamheidsprogramma 2017-2020 ligt de focus van de gemeente op andere vormen van duurzame energieopwekking dan via windenergie. De gemeente Maasdriel zet uitsluitend in op kleinschalige molens voor lokale energieopwekking in het buitengebied. Het open landschap leent zich — aldus het duurzaamheidsprogramma - niet voor grootschalige windenergie. Het college is echter voornemens dit beleid aan te passen, mede gegeven haar medewerking aan de Regionale Energie Strategieën die momenteel worden opgesteld.

In het bestuursakkoord (9 mei 2018) staat het volgende over duurzaamheid en Burgerwindpark: ‘Samen met meer dan 200 Gelderse organisaties en instellingen die het Gelders energieakkoord hebben ondertekend, werken we met een uitvoeringsplan om in 2050 energieneutraal te zijn. De komende jaren gaan wij aan de slag met de uitwerking en uitvoering van het in 2017 vastgestelde Duurzaamheidsprogramma en de regionale aanpak van de energietransitie. Het plaatsen van windmolens heeft niet onze voorkeur’.

Welk planologisch traject wordt doorlopen voor de vergunning?

Er zijn drie mogelijkheden om tot een omgevingsvergunning voor het Burgerwindpark  te komen: Omgevingsvergunning voor de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’, Wijziging bestemmingsplan en daarna de vergunningaanvraag, coördinatieregeling bestemmingsplan en omgevingsvergunning lopen parallel.

Voor dit project is gekozen voor een gecoördineerde bestemmingsplanprocedure. Daarvoor is een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling noodzakelijk.

Wat moet er onderzocht worden voor een vergunningaanvraag?

Het is voor de vergunningaanvraag van het Burgerwindpark noodzakelijk dat er verschillende onderzoeken worden gedaan. De onderzoeken moeten duidelijk maken wat de voor- en nadelen van het windproject op deze locatie zijn en of het project voldoet aan alle wettelijke normen en regels. Op basis van de onderzoeken en politiek- maatschappelijke afwegingen neemt de gemeente het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen. Te denken valt aan ecologische toetsen, geluid- en slagschaduwonderzoeken en risico- en veiligheid analyses. Het overgrootte deel van de onderzoeken is reeds afgerond (dd. april 2020).  

Hoe verhoudt het Burgerwindpark A2 Lage Rooijen zich ten opzichte van andere windparken in de buurt?

Voor het bestemmingsplan en de vormvrije m.e.r.-beoordeling is gekeken naar andere windparken en hun invloed op ons Burgerwindpark. De conclusie is dat de duurzame polder in het Brabantse buiten de invloedssfeer van ons windpark valt, mede omdat er nog geen concrete besluiten liggen en vanwege de afstand.

Omdat ons windpark op de grens met de provincie Noord-Brabant en de gemeenten Den Bosch, Oss (en Zaltbommel) ligt, worden deze Overheidsinstanties door de gemeente Maasdriel wel geïnformeerd over ons plan.

Voor zover bekend is er geen integrale afstemming tussen de verschillende projecten en initiatieven. Wel dient elk nieuw initiatief, zoals ook voor het Burgerwindpark geldt, rekening te houden met reeds bestaande of vergunde projecten in de omgeving.

Eventuele aanmerkingen of vragen over initiatieven buiten de gemeente Maasdriel zullen rechtstreeks bij de betreffende instanties dienen te worden neergelegd.

Op bijgaande kaart zijn alle overige initiatieven en bestaande windturbines in de omgeving aangegeven.